Het gaat natuurlijk om de inhoudelijke invulling, analyse en verbetering van elk criterium, maar nog meer om de samenhang tussen respectievelijk onderlinge uitsluitingen van bepaalde invullingen cq. keuzes binnen deze criteria. Al deze 10 criteria hangen immers samen, net als de vlakken en elementen van Rubik's Kube:
Rubik's Kube: Alle kanten, dus alle raakvlakken, moeten kloppen. Uiteindelijk leidt maar 1 combinatie tot de opgeloste kubus. De VS10 doet exact hetzelfde. De zijden zijn de criteria, de blokjes weer onderdelen van die criteria. Ze hangen samen, zijn elkaars reciproque of sluiten elkaar uit, zowel binnen een criterium (intra) als tussen verschillende criteria (inter). De VS10 zoekt naar en ontwikkelt die invulling van de 10 criteria die leidt tot het hoogst mogelijke en best verzilverbare ondernemings- waardepotentieel, e.e.a. conform het referentiekader van de methode.
Dit principe toepassend op de VS10 >>
-
Criterium 1 t/m 6 vormen elk 1 van de 6 zijden van de kubus.
-
Criterium 7 is de synthese waar alles (bij een kloppende combi) automatisch in uitvloeit (de volledig opgeloste kubus) dan wel duidelijk wordt dat er zaken niet kloppen en je weer opnieuw moet draaien.
-
Criterium 8 t/m 10 geven vervolgens de middelen- en doelencontext aan (de randvoorwaarden):
a) Hoeveel geld nodig is om de kubus zo te bouwen, zo te houden en te doen groeien in omvang, zonder dat de elementen los raken, beginnen de rammelen of uit verband worden gerukt?
b) Welke capaciteiten er nodig zijn (de entrepreneurial structure) om ditzelfde te bereiken?
c) Hoe kan de samenstelling van capaciteiten en geldverschaffers in harmonie/akkoord worden gebracht met de (exit-)doelstellingen der partijen?
Cr. 1 t/m 7: Van intra-criteria analyse (matrices) naar inter-criteria analyse (kruisen van matrices) en terug >>
Belangrijk is dan bij de analyse van elk criterium (intra criteria) tevens reeds de verbanden met andere criteria worden benoemd, beschreven en geanalyseerd (inter criteria), zowel uitgaande van de bestaande situaties als in de situatie van voorgestelde verbeteringen per criterium. Dat kan dan weer gevolgen hebben, ook voor de inhoud van die voorgestelde verbeteringen. Ook in dit proces kan weer het kubus concept met de vlakken en blokjes worden gehanteerd. Je gaat dan als het ware net als met de kubus draaien (interaties) met verschillende combi’s, om te optimaliseren:
-
Elke “schijf” die je draait kan gezien worden als een matrix van 2 variabelen binnen een criterium die zodanig samenhangen dat er steeds eenzelfde verband is waarlangs beoordeeld en verbeterd wordt.
-
Elk vlak (elk criterium) kan 1 of meerdere van die matrices (“schijven”) hebben (echte kubus heeft er 3), die bij het draaien ook andere vlakken raken.
-
Dus er ontstaan ook matrices met andere vlakken, cq. matrices met matrices. Of te wel: een variabele uit het ene criterium kruisen met die uit een ander. Zo ontstaan er weer nieuwe matrices.
-
Elk criterium 1 t/m 6 heeft 2 matrices met 2 variabelen, zoals die ook weergegeven op de pagina van elk van deze criteria. Er zijn dus 12 matrices met elk 2 variabelen die met elkaar gekruist moeten worden om de samenhang te analyseren.
-
In de inter criteria analyse krijg je dus te maken met heel veel mogelijke combinaties van matrices en variabelen. Dit wel noodzakelijk om de meeste optimale totaalformule te krijgen vanuit het perspectief van waardemaximalisatie. Dat vergt ook de nodige iteraties (vergelijk draaien met de kubus) alvorens alles met elkaar klopt. En vooral ook de nodige research teneinde analyses en verbanden te onderbouwen met feiten, onderzoeksresultaten en cijfers. De optimale invulling van criterium vloeit zo als een synthese voort (opgeloste kubus).
-
Feit is ook, hoe vaker je die kubus hebt opgelost en hoe meer verschillende soorten je hebt opgelost, hoe beter en sneller het gaat. Dat is in zekere mate ook zo met de VS10, zij het dat deze veel complexer is en meer onderliggende variabelen (blokjes) kent. Niet voor niets wordt er momenteel ook door SCN een boek en opleiding ontwikkeld rondom deze methodiek. Zie op dit punt ook de pagina inzake
diepgang.
Onderstaand zijn de “schijven” cq. de te kruisen matrices van de criteria 1 t/m 6 nog eens samengevat.
Cr. 1 t/m 7: Samenvatting matrices die aan onderlinge kruisanalyses onderworpen worden >>
Voor de toelichting op elke matrix verwijzen we naar de betreffende criteriumpagina. De cellen vormen eigenlijk een continue geleidende schaal zoals dat ook is geïllustreerd met de pijl beweging, waarin groen “beter is” is en rood “slechter” en de pijl zodanig beweegt (met de klok mee) dat:
• de beweging van beneden naar boven een positieve is (opgaand)
• de beweging van boven naar beneden een negatieve (neergaand).
• de beweging van rechts naar links een positieve is en van links naar rechts een negatieve.
Hierbij wordt eerst de bestaande situatie geanalyseerd en beoordeeld, vervolgens gaan we met het inbrengen van creativiteit, kennis, ervaring en netwerkmogelijkheden kijken of en hoe de vertreksituatie ten aanzien van elk criterium in samenhang met andere criteria concreet verbeterd kan worden. Het gaat hierbij om zodanige verbetering aan bijv. het concept, product of de dienst, de product/markt-combinatie, de positionering, marketing, de distributiestrategie of het businessmodel te bedenken en te ontwikkelen, dat zoveel mogelijk van rood naar groen wordt bewogen.
.png)
.png)
.png)
.png)
.png)
.png)
De samenhang tussen al die matrices komt naar voren als deze weer onderling worden gekruist. Zo kunnen intra-optimalisaties in samenhang met andere criteria tot inconsistenties leiden, zodat dit om een nieuwe optimalisatie vraagt. Uiteindelijk moet er een harmonisch model mogelijk zijn waarin de criteria in samenhang geoptimaliseerd zijn. Als dit niet mogelijk blijkt, is de business case o.b.v. de VS10 niet haalbaar. Ter illustratie van de complexiteit en het itererend karakter van dit intercriteria-optimalisatieproces onderstaande figuur, waarin de matrices zijn gekoppeld over en weer:

Cr. 8 t/m 10: De match met de doelen- en middelencontext >>
Criterium 8 t/m 10 geven vervolgens de middelen- en doelencontext aan (de randvoorwaarden). In een nutshell:
-
Hoeveel geld nodig is om de "opgeloste kubus" cq. de optimale totaalformule en strategie zoals die uit Criterium 1 t/m 7 in al haar facetten voortvloeit, zo te bouwen, zo te houden en te doen groeien in omvang, zonder dat de elementen (de criteria en hun variabelen) los raken, beginnen de rammelen of uit de juiste samenhang worden gerukt?
-
Welke capaciteiten er nodig zijn (de zgn. 'entrepreneurial structure") om ditzelfde te bereiken?
-
Hoe kan de samenstelling van capaciteiten en geldverschaffers in harmonie/akkoord worden gebracht met de (exit-)doelstellingen der partijen?
Deze criteria vergen veel kennis van en ervaring met financieringsvormen, financial engineering, juridische vormgeving, eigendomsverhoudingen, aandelen- en optieregelingen, juridische en economische bindingen van vereiste capaciteiten, cashflowprojecties, exit- en overnamestrategieën, strategische marktpositionering van een exit invalshoek, strategische en niet strategische samenwerkingsverbanden, balanceren en afstemmen van belangen etc., etc. En met name ook de verbanden tussen deze aspecten met de criteria 1 t/m 7. Dit soort zaken vormen juist de specialiteiten van een aantal van de SCN business coaches.
Vanuit criteria 8 t/m10 kan het dus heel goed mogelijk zijn dat op basis daarvan aanpassingen in de voorgaande criteria weer nodig zijn, en vice versa, totdat het geheel rond is, zoals geillustreerd in onderstaande figuur:
.png)
Het kan dus onverhoopt ook zo zijn dat een positieve uitslag ten aanzien van 1 t/m 7 (kloppend model) uiteindelijk niet te matchen valt met de uitkomsten van 8 t/m 10, bijv. uit hoofde van belangenverschillen, financiën of de te bewerkstellingen vertrekpositie in de markt. Dan is er alsnog sprake van een no-go, tenzij er via nieuwe iteraties/rondes alsnog een harmonieus geheel tot stand kan worden gebracht, zodanig dat de VS10 samenhang nog steeds klopt. De genoemde SCN business coaches hebben veel ervaring en creativiteit in het tot stand brengen van dergelijke oplossingen, ook als het er even naar uitziet dat het niets meer wordt... De samenhang van en in de basis moet daarbij echter rechtovereind en de communicatie transparant blijven.
